“Oké, maar wie zegt dat burgerparticipatie daadwerkelijk een meerwaarde heeft?” “Ja eens, en ik vraag mij ook af waarom het dan zo moeilijk is om burgers te betrekken bij beleidsvorming? Waar ligt dan het probleem?” “….Jongens, dit is misschien heel dom om te zeggen maar wat is precies beleid?”

Met deze vragen begonnen wij, acht trainees van DisGover, zes maanden geleden ons project ‘Burgerspraak’ in opdracht van DigiCampus. Guilietta Marani had ons, vanuit Digicampus, met de vraag: “Hoe kunnen beleidsmakers gestimuleerd worden om samen beleid te ontwerpen met burgers, aanvullend op samenwerking met markt en overheid?” op pad gestuurd, in de hoop dat wij vanuit een nieuw perspectief en innovatieve ideeën een antwoord op dit vraagstuk konden geven. Maar 8 interviews, 3 evenementen en vele onderlinge discussies later, moeten wij helaas bekennen dat wij geen eenduidig antwoord op deze vraag kunnen geven. En hoewel wij hier wel op hadden gehoopt, heeft dit ons een waardevolle les geleerd: het burgerparticipatievraagstuk heeft geen uniform antwoord, maar er kan wel veel gedaan worden om burgers meer te betrekken bij overheidsbeleid.

Eerste maanden

Na de onthulling van ons vraagstuk in augustus begonnen wij vol goede moed aan ons nieuwe project. Een van de eerste dingen die wij met elkaar afspraken was dat wij dit project in co-creatie gingen volbrengen. Wij zouden burgers en beleidsmakers vanaf het begin betrekken en samen een antwoord vinden op onze vraag. Dat bleek in de eerste maanden nog een behoorlijke uitdaging.  Er zijn veel mensen die zich al bezig houden met burgerparticipatie maar hen meenemen in ons proces, vasthouden gedurende haar duur en ook met hen sámen iets creëren was niet gemakkelijk. Het kost veel energie, flexibiliteit, lef en van beide kanten een open houding.

Kantelpunt

Uiteindelijk kwam er gelukkig een kantelpunt in het project. We merkten dat we in een soort cyclus waren beland van ideeën bedenken en toetsen: een cyclus waar weinig gelijkwaardige samenwerking bij betrokken was. Een werkwijze waarbij wij niet ver uit onze comfortzone hoefden te stappen, maar die ons ook geen vernieuwende ideeën bracht. Dus besloten ons kwetsbaar op te stellen, niet meer te doen alsof we de kennis zelf in pacht hadden en de vraag samen met ambtenaren en burgers te benaderen. Hieruit volgende een waardevol gesprek met vertegenwoordigers van beide partijen dat ons richting gaf en maakte dat wij ons weer realiseerden hoe belangrijk co-creatie is. Het maakte in ieder geval dat wij ons weer realiseerden hoe belangrijk co-creatie is.

Uit dit gesprek kwamen een drietal uitdagingen wat betreft burgerparticipatie bij beleidsvorming naar voren: een gebrek aan sturing vanuit de ambtelijke en bestuurlijke top, een gebrek aan informatietoegankelijkheid, en de afstand tussen burger en beleidsmedewerker die als te groot wordt ervaren.

Op dit gesprek volgde uiteindelijk de laatste, en grootste bijeenkomst, waarbij we deze uitdagingen aan zo veel mogelijk beleidsmakers, ambtenaren en andere betrokkenen hebben gepresenteerd en samen hebben gewerkt aan een aantal conclusies en adviezen.

Beleidsmakers en burgers: een aantal lessen

1. Burgerparticipatie is niet voor iedere beleidsvraag geschikt

Een van de belangrijkste lessen die wij hebben geleerd over burgerparticipatie is dat niet iedere beleidsvraag (even) geschikt is voor inspraak en samenwerking met burgers. Dit maakt algemene conclusies en oplossingen ingewikkeld. Per situatie en beleidsvraagstuk zal er dus gekeken moet worden in hoeverre en op welke manier het nuttig en productief is om ruimte te geven voor burgerparticipatie.

2. Informatietoegankelijkheid

Over informatietoegankelijkheid kwam naar voren dat de berichtgeving vooral lokaal is, het dan een weinig inspirerende oproep is en dat er veel onbenutte tools bestaan. Om dit te voorkomen zou bijvoorbeeld een kieswijzer voor participatieplatforms ingezet kunnen worden, zouden best practices en ervaringen over co-creatie gedeeld moeten worden op platforms en moet communicatie afgestemd worden op de doelgroep en waardering voor betrokkenheid tonen. Een andere optie zou zijn dat burgerparticipatie deel wordt van het lesprogramma op scholen.  

3. Burgerberaden en escaperoom

Er werd gesteld dat de afstand tussen beleidsmakers en burgers polariserend kan werken, en dat er momenteel voornamelijk sprake is van raadpleging en dat deze bestaat uit ongeïnformeerde momentopnames. Het is belangrijk om de effecten van beleidsvraagstukken duidelijk te communiceren, eigenaarschap te creëren onder burgers en co-creatie op te zetten. Dit kan bereikt worden door middel van burgerberaden of door burgers en beleidsmakers elkaars beleefwereld beter te laten begrijpen, bijvoorbeeld in de vorm van een escaperoom.

4. Gebrek aan sturing

Het gebrek aan sturing vanuit de top kan verklaard worden door de ingebedde cultuur waarin de “beleidsmaker knows best’”. De burger kan zijn/haar onvrede eigenlijk alleen tijdens verkiezingen laten zien en participatie en co-creatie zijn nu geen voorwaarden voor het maken van beleid. Dit kan verholpen worden door burgerberaden op te stellen of het mogelijk te maken dat burgers en beleidsmakers een motie van wantrouwen kunnen indienen. Op deze manier kan een burger zien dat er iets met hun input wordt gedaan en er naar hen wordt geluisterd.

Concrete ideeën

Uit deze gesprekken volgden een aantal concrete ideeën waar beleidsmakers mee aan de slag kunnen:

  • Burgerberaden: het aansluiten bij de verkenning voor Burgerberaden en hier vooral focus leggen op terugkoppeling aan de samenleving. Lees ook het artikel in de Correspondent.
  • Escaperoom: een escaperoom voor beleidsmakers en burgers waarbij beide groepen elkaars beleefwereld meemaken en doorlopen.
  • Flow-chart: een flow-chart waar duidelijk wordt welk soort beleid wel en welk soort beleid niet in co-creatie moet en kan worden samengesteld. De mogelijkheid van beleid co-creëren hangt namelijk af van de situatie en het onderwerp.
  • Motie van wantrouwen: het ontwikkelen van een motie van wantrouwen die kan worden ingezet door burgers en beleidsmakers wanneer er onvoldoende ruimte wordt gemaakt voor en wordt gestuurd op het betrekken van burgers.
  • Continue kieswijzer: ontwikkelen van een continue kieswijzer voor participatieplatforms. Welk platform past bij welke persoon, of bij welke soort beleidsvorming. Als een persoon ergens inspraak op wil geven of krijgen, geeft de kieswijzer aan welk middel daarvoor geschikt is.

Conclusie

Zes maanden lang zijn wij zoekende geweest naar een antwoord op de vraag: “Hoe kunnen beleidsmakers gestimuleerd worden om samen beleid te ontwerpen met burgers, aanvullend op samenwerking met markt en overheid?”. Tijdens onze zoektocht zijn wij onbedoeld van deze vraag afgeweken. Dit is deels te danken aan een diverse interpretatie van het vraagstuk vanuit de groep, en deels aan de complexiteit van dit vraagstuk. Wij denken dat elk beleidsvraagstuk bekeken moet worden om te zien of het zich leent voor participatie. Daarnaast moet een beleidsmaker ook echt de ruimte krijgen om samen met de burger beleid te ontwikkelen. Als die ruimte er echter niet komt, trek dan de stoute schoenen aan en neem de ruimte toch! Van actie ondernemen leer je meer dan afwachten, wij kunnen het weten!

Vanuit Disgover werken het project Burgerspraak meegewerkt: Marith van Dijk, Tex Visser, Estelle van der Velden, Jitske Brinksma, Noortje Labrujere, Veerle Pieters, Sander van der Zwet en Roos van Zeggeren.