Digicampus bestaat 1 jaar. De founding partners blikken terug én vooruit. Een groepsgesprek met Hans Verweij (ICTU), Marijn Janssen (TU Delft), Dirk de Groot (NLdigital) en Yvonne van der Brugge (Logius).

“De vraagstukken waar Digicampus zich mee bezighoudt, zijn alleen maar belangrijker geworden,” zegt Marijn Janssen. “We hebben het afgelopen jaar vooral een fundering gelegd en laten zien dat samenwerken op het gebied van innovatie belangrijk is. We zijn zichtbaarder geworden en hebben best practices vastgelegd. Daar moeten we nu op voortbouwen. Er zijn bijvoorbeeld nog veel mogelijkheden om kennisborging en -verspreiding naar de overheid verder op te pakken.”

Hans Verweij vult aan: “Het is een project van de lange adem, we leren dat we elkaar constant moeten opzoeken om te innoveren. Burgers en belangengroepen zitten nu vaak nog niet in het speelveld. Daarom moeten we als Digicampus doorzetten, zodat de samenleving een plaats krijgt in innovatie. Dan komt er een dimensie bij met nieuwe vraagstukken. Vraagstukken die we alleen samen kunnen oppakken.”

Openheid en transparantie
“Als overheid moeten we ons realiseren dat we de samenleving moeten betrekken bij wat we doen,” vindt ook Yvonne van der Brugge. “Openheid en transparantie, daar gaat het om. In gesprek gaan om technologie op een goede manier in te zetten, zodat het contact tussen overheid en samenleving versterkt wordt. In de praktijk is deze openheid en transparantie nog wel spannend, maar een kritische samenleving is nodig om ingewikkelde vragen te beantwoorden. Digicampus biedt de omgeving om die koudwatervrees te doorbreken door experimenteren en samen leren als norm neer te zetten. Ideeën moeten vaker aan de maatschappij worden getoetst. En omdat het om experimenteren draait, mag je best af en toe een miskleun maken. We staan pas aan het begin van een mooie ontwikkeling.”

Samenwerking
“De overheid heeft een tijd lang vraagstukken uitbesteed.,” vertelt Dirk de Groot. “Nu is de trend om het samen te doen met bedrijven en de wetenschap. We hebben een sterke overheid met veel knowhow, maar we gaan het niet meer alleen doen. Dat is precies de best practice die Digicampus heeft neergezet. Je ziet dat we nu een inspiratie vormen voor overheid, bedrijfsleven en wetenschap. Er is veel expertise aan boord, maar niemand denkt nog alles te weten en te kunnen. Partijen kijken om zich heen.”

Marijn Janssen: “Ik ben er trots op dat het gelukt is om een samenwerking op gang te krijgen tussen overheid, wetenschap, bedrijfsleven en zelfs publiek. Dat maakt het echt onderscheidend. Andere partijen zouden daar een voorbeeld aan kunnen nemen. Het besef dat het om de samenleving draait zou bij iedereen tot uiting moeten komen.”

Het team van Digicampus
“Ik vind het knap hoe het team van Digicampus gewoon is gaan lopen,” zegt ook De Groot. “Terwijl veel partijen eerst toch de kat uit de boom keken. Zodra het in beweging kwam, kon de rest niets anders doen dan ook in beweging komen – ook al hadden ze aanvankelijk een afwachtende houding. Zelfs als de markt bang was voor aanbestedingsregels en hoe dat dan moest, bleef het team zoeken naar oplossingen en die kwamen er ook. Ik denk dat deze manier van werken normaal gaat worden.”

“Innovatie krijgt pas gestalte als je een multidisciplinaire groep enthousiaste mensen bij elkaar brengt en ze ruimte geeft om een visie gestalte te geven, zegt Verweij. “Daarom ben ik het meest trots op het team van Digicampus, ze weten samen met partners echt hele mooie dingen voor elkaar te krijgen.”

Van der Brugge bevestigt: “Een jaar geleden was er nog niks, nu staat er een ecosysteem. Steeds meer partijen weten hun weg ook zelf te vinden, en dat zijn echt niet de minste namen: de Sociale Verzekeringsbank, gemeenten, de Belastingdienst, DUO, RvIG. Ik verwacht dat dit aantal alleen maar gaat toenemen.”

Onderscheidende werkwijze
“Vanuit de overheid worden vraagstukken vaak in een kolom uitgedacht en getest. Bij Digicampus breken we daar doorheen en doen we het echt samen,” zegt Verweij gevraagd naar wat de werkwijze van Digicampus onderscheidend maakt. “Hiervoor werd er wel met elkaar gepraat, maar nu doen we ook echt dingen samen. We zijn van denken naar doen gegaan om met elkaar resultaten te boeken.”

“Op technologisch gebied zie ik een afstand tussen politiek en beleid aan de ene kant en de uitvoering aan de andere kant,” vult Van der Brugge aan. “De verwachtingen van technologie zijn vaak torenhoog, maar dat betekent niet dat tech zomaar alle maatschappelijke vraagstukken kan oplossen. Je moet nog steeds bergen werk verzetten. Digicampus kan helpen die kloof te overbruggen. Het is een platform voor experimenten, dus je kunt snel van de tekentafel naar de praktijk en weer terug. Met trial and error zie je dat dingen soms ook níet werken. Zo maak je de mogelijkheid om te falen onderdeel van het proces.

“Het leert je ook om naar de toegevoegde waarde van technologie te kijken,” gaat Van der Brugge verder. “Er is een heilig geloof dat alles maakbaar is als er maar een ‘e-’ voor staat. Digicampus brengt daar hopelijk wat meer realisme in.”

Startup-spirit en ambities

“Het onderscheidende zit hem ook in de kleine dingen: iemand had zijn eigen keukenstoelen meegebracht naar de vergaderzaal waar we begonnen,” aldus De Groot. “Zo krijg je echt de startup-spirit erin en stimuleer je het doorzettingsvermogen dat daarbij hoort.

De Groot: “Ik hoop dat onze wijze van samenwerken waarbij je een ecosysteem vormt over vijf jaar doodnormaal is geworden,” blikt hij vooruit. “Dan is Digicampus misschien niet meer zo bijzonder als nu, maar zijn we een vanzelfsprekende entiteit geworden.”

“Dit jaar moesten wij nog langs bij Estland, over vijf jaar komt heel Europa of zelfs de hele wereld bij ons kijken,” hoopt Janssen. “Dan hebben we Digicampus echt als bestemming op de kaart gezet.

Groeiend ecosysteem en innovatie in het DNA van ambtenaren
“We zijn nu goed gefocust, maar er zijn nog honderden andere issues die via een soortgelijk traject aangepakt kunnen worden. Niet alles past bij Digicampus, maar het ecosysteem moet wel blijven groeien. Denk bijvoorbeeld aan het factchecken rond covid-19. Een moeilijk onderwerp, past ook niet bij ons, maar het is wel typisch iets dat bedrijven, overheden én burgers betreft. Onze aanpak van samenwerken zou ook daarbij kunnen helpen.”

“Het mooiste zou zijn als Digicampus over vijf jaar niet meer hoeft te bestaan,” stelt Van der Brugge. “Omdat overheid, markt, wetenschap en samenleving elkaar vanzelf weten te vinden. Bovenal hoop ik dat Digicampus over vijf jaar heeft bijgedragen aan een cultuur binnen de overheid waarin je kunt experimenteren en mag falen. En dat we de input van wetenschap, markt en samenleving goed op waarde schatten. Want alleen daarmee komen we verder.”

“Samen innoveren moet inderdaad in het DNA van ambtenaren komen,” vindt Verweij. “We moeten bij de overheid soms nog leren dingen gewoon te doen. Minder lang praten over plannen, ideeën en visies en sneller overgaan tot demo’en en uitproberen. Digicampus is daarbij een platform dat met enthousiasme mensen prikkelt. Dat is werk van de lange adem. Snelle resultaten zijn leuk, maar echte DNA-verandering duurt nog even.”

Dit interview is ook gepubliceerd op de website van iBestuur.