Kijk vaker door een internationale bril als het gaat om vernieuwing, ontwikkeling en toekomstgerichte beslissingen. Herken de invloed van grote beleidsthema’s zoals verduurzaming, veiligheid of digitalisering. Er zijn steeds meer internationale processen. Allerlei overheidsdienstverlening moet zonder onderscheid aan Europeanen over de grens worden geleverd. Dit is ook voor Nederland van groot belang. Denk maar eens aan onze handel en logistiek, energiesector of de universiteiten die bloeien met Europese studenten. De Europese bestuurslaag is in toenemende mate een vijfde bestuurslaag die behoorlijk impact heeft op de uitvoering in haar lidstaten. Steeds meer nieuwe Europese richtlijnen geven verplichtingen over de grens. Een goed voorbeeld hiervan is de e-commerce richtlijn, die bedrijven het recht geeft BTW te betalen in een Europees land naar keuze. Kortom: denk cross-border by default.

Europa is taai en tegelijk bepalend

Waar in Europa aan wordt gewerkt is van betekenis voor ministeries en uitvoeringsorganisaties. Het is belangrijk dit te erkennen en de Europese context duidelijker mee te gaan nemen in de organisatiestrategie. En ook het beter leren omgaan met de specifieke mitsen en maren: De Europese oplossingen zijn niet altijd ‘state of the art’, het bereiken van consensus gaat vaak traag en de processen zijn zeer complex. Vinden wij ons poldermodel al ingewikkeld, op Europees niveau zetten we daar nog een tandje bij. Een opvallend fenomeen is dat daarin vaak ‘twee snelheden’ worden ervaren. De onderhandelingen en rituele dansen verlopen jarenlang traag om vervolgens, als de kogel door de kerk is, in een daverend snel tempo te gaan versnellen. Dan volgen soms ‘huizenhoge ambities met onrealistische tijdpaden’ om de plannen binnen de lidstaten in de werkprocessen te realiseren. 

En uiteindelijk zien we op Europees niveau wel grote ontwikkelingen ontstaan waar we als Nederland mee aan de slag moeten. Denk aan de overheids-infra bouwblokken en -standaarden zoals de CEF-building blocks, eIDAS, kaders als GDPR en strategieën voor data en AI. De Europese Commissie ziet graag dat we deze Internationale standaardisatie en interoperabiliteit volop in NL gaan toepassen. Beleidslijnen waar we op Nederlandse schaal al lang en goede ervaring mee hebben. Denk maar aan afsprakenstelsels zoals voor eID en voorzieningen zoals MijnOverheid. Vanuit dit perspectief bekeken zou je kunnen zeggen dat we vanaf nu meer op Europees niveau en minder binnen de Nederlandse kaders moeten ontwikkelen. Voor het toepassen van standaarden geldt internationaal al als norm in de praktijk. De set van standaarden kan nog wel uitgebreid worden, bijvoorbeeld rond cyber security. Voor onze GDI-voorzieningen bijvoorbeeld zouden we wel nadrukkelijker stil kunnen staan bij deze Europese ontwikkelingen. Waarschijnlijk zou dit de doorontwikkeling ervan in een ander licht zetten.

Vaak kennen de ministeries en uitvoeringsorganisaties wel de Europese kaders, maar zijn zich van impact of kansen nog niet zo doordrongen, laat staan breed en proactief betrokken bij de ontwikkeling hiervan. Veel minder nog kennen we de voorzieningen en use cases die nu worden ontwikkeld en waar in komende jaren miljoenen Europees subsidiegeld naartoe gaat. Een voorzichtige typering van afgelopen jaren, zeker bij uitvoeringsorganisaties die zelf geen internationale processen uitvoeren was een ‘ver van het bed’ gevoel, ‘terughoudendheid’ bij de adoptie of was zelfs ronduit sprake van scepsis. Echter steeds meer overheidsorganisaties beginnen de toenemende Europese invloeden op het informatielandschap en als aanjager van digitale transformatie wel te zien of zij ervaarden al rechtstreekse impact van nieuwe Europese afspraken zoals de GDPR. Als overheidsorganisaties niet goed meestappen, dan mist Nederland aansluiting. Realiseren we voldoende dat de opstelling door de overheid direct doorwerkt naar kansen voor marktpartijen en in dienstverlening voor onze burgers. 

Once Only Principle

Vanuit de Single Digital Gateway (SDG) verordening speelt nu de casus van het Once Only Principle en de mogelijke uitwisseling via e-Delivery. Deze ‘push’ vanuit de Europese Commissie is voor de lidstaten (met al hun overheden en uitvoeringsorganisaties) erg complex om te implementeren. En de Europese Commissie gaat in haar toekomstvisie en voorstellen dan zelfs alweer een flinke stap verder. De aankondiging in juni van een Europese Digitale Identiteits-Wallet voor alle inwoners, die de communicatie met overheden, waar in Europa dan ook, en andere alledaagse handelingen moet gaan ondersteunen. Er wordt gewerkt aan nieuwe technologie zoals een Europese Blockchain Services Infrastructuur (EBSI). Dit samen levert krachtige alternatieven voor veilige en betrouwbare gegevensuitwisseling, zoals door middel van Verifiable Credentials. In de beleving van veel bestuurders en overheidsorganisaties zijn deze ontwikkelingen nu nog een brug te ver! De maatschappelijke realiteit laat een ander beeld zien. Wat namelijk opvalt is dat veel Nederlandse bedrijven – in ons ecosysteem – wel al de kennis, kunde én ideeën hebben om dit soort technologieën te implementeren!

GovTech

We zien dezelfde dynamiek ook rondom GovTech. GovTech verwijst naar socio-technische oplossingen voor digitale interacties in de publieke sector. Hierbij ontwikkelen aanbieders (met name startups en ICT-dienstverleners) samen met overheidsorganisaties en burgers publieke diensten met combinaties van opkomende technologieën, denk aan Artificial Intelligence/Machine Learning, cyber trust services, data wallets of distributed ledger. Voorbeelden zijn AI gedreven assistenten die burgers kunnen helpen met een vraag of interactie met de overheid. Of slim gebruik kunnen maken van data, bijvoorbeeld rond medische zorg of mobiliteit.

Een recent Brits onderzoek laat zien dat Nederland goed is gepositioneerd om koploper te worden op het gebied van GovTech. Voor aanbieders van GovTech is een enorm markpotentieel. De Nederlandse markt alleen al wordt op 4.3 miljard geschat. Gezien de harmonisatie door Europese wetgeving zoals de AVG, eIDAS, de SDG-verordening en de PS2-directive, lonkt de export potentie naar een Europese markt die op 104 miljard wordt geschat. Deze potentie moeten we via de Nederlandse bedrijven benutten. Doen we dit niet dan gaan de bestaande techreuzen dit invullen op basis van eigen business waarden en dreigt verlies aan soevereiniteit.

De impact van Europese ontwikkelingen

Het begint met erkenning!

Overheidsorganisaties moeten erkennen dat de genoemde Europese ontwikkelingen een gemiddeld tot hoge impact op hun organisatie en processen gaan hebben. Dat de houding en keuzes daarnaast impact hebben voor het algemeen belang zoals kennisopbouw en het verdienvermogen op langere termijn. Kies daarom bewust een passende strategie! Wil je de Europese ontwikkel-initiatieven volgen en in later stadium op voorzieningen aansluiten? Of is het verstandiger voor jouw organisatie en jouw rol om zelf ‘aan de bal’ te zijn door proactief en in samenwerking met lidstaten en de Europese Commissie mee te ontwikkelen?

Verschillende uitvoeringsorganisaties zoals de RDW en de Douane, zijn van nature ‘internationaal’ gericht en begrijpen de dynamiek en de Brusselse mores ‘by hearth’. Toch is het ook voor velen binnen de overheid redelijk nieuw om op Europees niveau heel proactief mee te denken. Het staat wat verder van ons af. Bovendien is het maken van de juiste inschatting op deze speeltafels, eerlijk is eerlijk, ook best lastig. In een vroeg stadium weet je vaak nog niet wat de precieze impact gaat zijn. In deze fase investeren vraagt om visie maar ook om voldoende vet (middelen én de juiste, schaarse, mensen) plus natuurlijk enige durf.

Er zijn ook andere stappen die je zonder veel pijn kunt zetten. Denk aan slimme samenwerkingen en het vormen van coalities over overheidssectoren heen. Krachten bundelen en “elkaar de bal toespelen” zou best wat meer een vanzelfsprekendheid mogen zijn. Een andere overweging is om de nieuwe Europese bouwblokken als uitgangspunt mee te nemen bij (her)ontwerp voor NL IV-oplossingen. Denk aan de eIDAS uitdagingen, het GDI-stelsel en de aansluiting op verplichte sectorale of generieke building blocks. Natuurlijk kom je voor uitdagingen te staan: Met wat voor soort ‘bouwblok’ hebben we te maken? Is dat een standaard, een afsprakenstelsel of een infrastructurele voorziening? Is de Europese governance goed ingericht en hebben we daarin voldoende te zeggen? Hoe bruikbaar zijn bepaalde bouwblokken daadwerkelijk? En wanneer beschikbaar?

Laat je niet verrassen. Want als een Europese norm of voorziening er na lange tijd is, dan kun je er vaak niet meer omheen. Betrokkenheid in de fase vooraf geeft je de kans en mogelijkheid om informeel mee te sturen en mee te vormen. Zorg ervoor dat je weet hoe de Europese ontwikkelingen gaan lopen. Zorg dat de vragen je helder worden voordat je het antwoord moet geven.  Ga eens na hoe je Europese subsidies die beschikbaar komen, bijvoorbeeld straks in het Digital Europe Program, voor jouw eigen organisatiedoelen en projecten kunt benutten.

Voeden van de wisselwerking tussen de Europese Commissie en de lidstaten

Hoe bouw je vanaf dit punt betere wisselwerking tussen de Europese Commissie en de lidstaten op? De Europese Commissie neigt als orchestrator en aanjager wel eens tot een centrale en directieve benadering, waar men vanuit de lidstaten naar elkaar toe liever verkennend en voorzichtig opereert. Lidstaten zijn niet altijd gecharmeerd van de Europese voorstellen en de forse ambities. De governance op veel Europese initiatieven rondom de digitale overheid is veelal nog niet volwassen. Ook zijn er veel losse initiatieven. Waar de Europese Commissie vanuit haar aanjagende rol de druk opvoert, is de coördinatie binnen de eigen lidstaat vaak gecompliceerd en in ontwikkeling.

Als organisaties nog zo in ontwikkeling zijn, dan is het extra belangrijk om te investeren in vele informele contacten. Zo kun je vroegtijdig inschatten waar het heen beweegt zodat je als land kunt bouwen aan gunfactor en reputatie. Ontdek welke lidstaten over de juiste kennis beschikken en wie een goede samenwerkingspartner kan zijn. Een goede tactiek is dan om constructief mee te doen aan projecten en pilots. Dan word je minder verrast bij een korte implementatieperiode, kun je beter beïnvloeden welke vorm een ontwikkeling krijgt en word je beter gehoord.  

Dit alles roept op tot erkenning. De strategische keuze voor onderwerpen en ontwikkelingen waar de Europese Commissie aan werkt is belangrijk voor ministeries en uitvoeringsorganisaties. Zet in op een goede kennisbasis, laat Nederlandse en buitenlandse partners samen optrekken en zorg ervoor dat je aanwezig bent bij Europese initiatieven die onze toekomstige digitale middelen gaan vormgeven.

Kortom

Stel jezelf de vragen: Zit ik dicht genoeg op Brussel? Speel ik vaardig mee – met een lange adem? Heb ik mezelf strategisch gepositioneerd en ken ik de dynamiek van het spel? Zet ik bewust in op de Nederlandse meerwaarde in Europese projecten? En ben ik aangehaakt bij collega’s in andere sectoren die met hun ervaringen en posities mijn inspanningen in ons Europese veld kunnen versterken? Bij toekomstgericht werken in de digitale overheid hoort nu eenmaal een Europese bril.

Portretfoto van Chantal van der Wijst

Chantal van der Wijst werkt bij de Belastingdienst als strategisch adviseur Technologische Innovatie.
Portretfoto van Xander van der Linde

Xander van der Linde werkt bij ICTU en is daar mede-initiatiefnemer van de vakgroep Europa en is als strategisch adviseur Europese ontwikkelingen betrokken bij Digicampus.